Chatbots
Wat is een chatbot eigenlijk?
Een chatbot is een computerprogramma dat gesprekken tussen mensen en machines mogelijk maakt. Er zijn verschillende soorten. AI-chatbots als ChatGPT en Copilot draaien op grote taalmodellen (LLM’s) en zijn een vorm van generatieve AI*. Maar je kan ook andere chatbots tegenkomen, bijvoorbeeld als hulpje bij het bezoek aan een webwinkel. Zij hebben als taak om alleen te praten over de informatie van de website of app zelf.
Een gesprek met een chatbot start simpel met iets als `Hallo, wat kan ik voor je doen?' Elke chatbot heeft een eigen starttekst en daarna ben jij als mens aan de beurt. Je kunt nu een opdracht geven of een vraag stellen. Dat heet een prompt.
Je kunt een AI-chatbot elk soort tekst laten maken die je maar wilt. Een recept voor pannenkoeken, een verjaardagslied of een studieplan om ruimtevaarder of horlogemaker te worden. Ook een idee voor een strip, ‘Hoe maak ik een eigen vulkaan?’ of een paar leuke quizvragen is geen probleem.
Belangrijk is dat je voor een goed resultaat vaak meer dan één prompt nodig hebt. Of een uitgebreidere prompt dan waar je eerst aan dacht. Hoe preciezer hoe beter. Het is vaak zelfs handig om de chatbot jou (en zichzelf) te laten helpen bij het schrijven van goede prompts. Want een prompt is ook een bepaald soort tekst.
Chatbots kunnen heel goed voorspellen welke woorden er na elkaar moeten komen als antwoord op een vraag van jou. Dat antwoord komt in een gesprek zonder haperen bij je aan, het lijkt gewoon alsof je met een mens praat, de taal is perfect.
Maar de betrouwbaarheid is wisselend, want het blijft voorspellen (gokken dus) wat goede teksten zijn. Een chatbot ‘weet’ niks, maar heeft alleen heel, heel veel voorbeelden verwerkt. De informatie is via ingewikkelde formules in stappen tot stand gekomen en gekke fouten zullen altijd blijven opduiken. Dat hoort bij voorspellen, 100% goed bestaat niet. Een recept voor pannenkoeken is een bruikbaarder zonder voorkennis dan een uitleg over gezondheid en voeding.
Zijn chatbots intelligent?
Chatbots kunnen echt ontzettend veel soorten tekst in een oogwenk opstellen, maar weten niks. Chatbots zijn zich niet bewust van de informatie waar ze toegang toe hebben. ChatGPT en alle andere chatbots kunnen wel ontzettend veel sneller en uitgebreider antwoorden geven dan een mens. Dat klinkt prachtig en knap. Maar het zijn geen denkers, ook al zeggen ze zelf soms van wel.
Bekijk het zo: kunstmatige intelligentie is geen denken, maar combineren en uitproberen. De grote kracht van AI ligt in het eindeloos snel nieuwe combinaties maken, in meerdere stappen. Ook voor nieuwe vragen en problemen waar een mens nog niet aan had gedacht. De uitkomst van AI hangt af van de voorbeelden waarmee het is getraind en wat mensen het laten doen.
Er bestaan ook andere vormen van AI dan de taal-AI wij kennen uit de AI-chatbots. Beeldverwerking is een andere belangrijke toepassing, bijvoorbeeld bij het onderzoeken van foto’s van het heelal. AI kan vaak beter dan wij uitzoeken wat de beste oplossingen zijn voor een bepaalde opdracht. AI kan zelfs meewerken aan zulke opdrachten. Maar strakke sturing door de mens is belangrijk. Er zijn altijd mensen nodig om te zeggen of de resultaten bruikbaar zijn of niet.
Hoe komt het dat chatbots op zoveel onderwerpen antwoord kunnen geven?
Achter AI-chatbots gaan grote taalmodellen (LLM’s) schuil. Taalmodellen worden ‘getraind’ op eindeloos veel verschillende teksten. Trainen betekent in dit geval leren hoe teksten in elkaar zitten en leren wat goede zinnen zijn. Van puur informatieve teksten tot liefdesbrieven en foute grappen. Die teksten komen overal vandaan. Van Wikipedia, van social media of forums, van universiteiten en van hobby-sites. Feitelijk gewoon alles van internet, de goede en ook de slechte dingen, de zin en de onzin.
Een chatbot kan niets met zekerheid zeggen over de betrouwbaarheid van de informatie. Punt.
Het is ook duidelijk dat er veel informatie is opgepikt die niet openbaar staat. Informatie van uitgeverijen bijvoorbeeld. Informatie die alleen met een abonnement toegankelijk is. Sommige rechters zeggen dat informatie gebruiken voor ‘training’ geen diefstal is. Daar zijn de uitgeverijen het niet mee eens.
Het is verder best onduidelijk welke informatie de chatbot-bedrijven precies gebruikt hebben voor de training en wat er weggelaten is. Die onduidelijkheid is ook een probleem. Juist omdat veel webteksten vooroordelen bevatten en ongelijkheden versterken. Bijvoorbeeld dat dokters en chauffeurs altijd man zouden zijn en verpleegkundigen en leerkrachten vrouw. Terwijl het aantal vrouwelijke artsen is toegenomen, zowel in Nederland als wereldwijd. In Japan is 21% van de artsen vrouw, in Letland 74%. Nederland zit daar tussenin.* Dat er nu veel meer juffen zijn in Nederland (en wereldwijd) klopt op zich weer wel, maar meesters zijn er ook nog steeds.
De training gaat nog door. Via nieuwe content van het web. Maar ook via de informatie die alle gebruikers als prompts geven. Want wat de naam chatbot al zegt: het is een soort gesprek.
* Bron: International Journal of Health Policy and Management (IJHPM), jan. 2020
Zelfverzekerd
Nog een lastig punt: chatbots doen heel zelfverzekerd over hun antwoorden. En tegelijk geven ze je gewoon gelijk wanneer je zegt dat iets niet klopt. Daarnaast zijn chatbots soms ook reuze beïnvloedbaar. Als je een beetje aandringt kun je ze zelfs 2+2=5 leren.
Stel je een kritische vraag, dan komt er ook soms wel een heel ander antwoord. Even zelfverzekerd. Heel lastig, want foute informatie kan soms in je geheugen blijven hangen.
Chatbots op missers controleren kost veel tijd en je moet er zelf al goed voor kunnen lezen en je hebt er al veel basiskennis voor nodig.
Toch zelf uitproberen? Doe het samen
Stel Duck.ai eens een inhoudelijke vraag. Beschrijf duidelijk wat je verwacht van het antwoord in je prompt. Alleen vragen stellen is niet genoeg. Bestudeer daarna het antwoord met je klasgenoten en je juf of meester. Bedenk samen of het klopt of niet, of de toon goed is, of het antwoord volledig genoeg is. Vertel wat er beter kan en geef dat opnieuw als complete prompt. Zet er geen leeftijd bij, maar vraag om een neutraal antwoord op B1-niveau.
En ook al schrijven chatbots in de ik-vorm en lijkt hun taal heel menselijk, het zijn machines. Let ook goed op je privacy, hou persoonlijke informatie voor jezelf. Duck.ai helpt daarbij. Zie: Een ik-zegger die niemand is, bij Verder leren.
DIT WEET JE NU
over AI-chatbots zoals ChatGPT, Copilot en Gemini
- Een zo menselijk mogelijk gesprek staat centraal in een chatbot. Maar het is geen mens, ook al zegt de machine ‘ik’.
- De taalmodellen achter de chatbots zijn supersnel en getraind op heel veel informatie.
- Je hebt prompts nodig om een chatbot aan te sturen. Hoe preciezer hoe beter.
- Chatbots praten meestal heel zelfverzekerd, maar ze hebben gewoon ongelijk op allerlei momenten.
- Privacy. Wat jij vertelt aan een chatbot wordt zeer waarschijnlijk opgeslagen en gebruikt als trainingsdata. Het privacy-vriendelijke Duck.ai vormt daarop een uitzondering.
Externe links en bronnen >
Helaas is er nog best weinig informatie voor kinderen beschikbaar over chatbots en AI. Kijk vooral de serie van Klokhuis over AI.
https://start.slimzoeken.nu/onderwerpen/ai/
https://start.slimzoeken.nu/zoek/chatbots
Verder leren >
Wat is een chatbot eigenlijk?
Een chatbot is een computerprogramma dat gesprekken tussen mensen en machines mogelijk maakt. Er zijn verschillende soorten. AI-chatbots als ChatGPT en Copilot draaien op grote taalmodellen (LLM’s) en zijn een vorm van generatieve AI*. Maar je kan ook andere chatbots tegenkomen, bijvoorbeeld als hulpje bij het bezoek aan een webwinkel. Zij hebben als taak om alleen te praten over de informatie van de website of app zelf.
Een gesprek met een chatbot start simpel met iets als `Hallo, wat kan ik voor je doen?' Elke chatbot heeft een eigen starttekst en daarna ben jij als mens aan de beurt. Je kunt nu een opdracht geven of een vraag stellen. Dat heet een prompt.
Je kunt een AI-chatbot elk soort tekst laten maken die je maar wilt. Zoals begrijpelijke uitleg schrijven over een moeilijke tekst en hints geven over een onderwerp waar je nog niks van weet. Of een studieplan opstellen voor als je ruimtevaarder of horlogemaker wilt worden. Een paar leuke quizvragen opstellen is ook geen probleem. Die vragen kun je dan weer met elkaar testen.
Belangrijk is dat je vaak voor een goed resultaat meer dan één prompt nodig hebt. Of een uitgebreidere prompt dan waar je eerst aan dacht. Het is vaak zelfs handig om de chatbot jou (en zichzelf) te laten helpen bij het schrijven van goede prompts. Want een prompt is ook een bepaald soort tekst.
Chatbots kunnen dus heel goed voorspellen welke woorden er na elkaar moeten komen als antwoord op een vraag van jou. Dat antwoord komt in een gesprek zonder haperen bij je aan, het lijkt gewoon alsof je met een mens praat, de taal is perfect.
Maar de betrouwbaarheid is wisselend, want het blijft voorspellen (gokken dus) wat goede teksten zijn. Een chatbot ‘weet’ niks, maar heeft alleen heel, heel veel voorbeelden verwerkt. De informatie is via ingewikkelde formules in stappen tot stand gekomen en gekke fouten zullen altijd blijven opduiken. Dat hoort bij voorspellen, 100% goed bestaat niet.
Begin liever direct bij vertrouwde bronnen. Betrouwbare informatie, speciaal geschreven voor jou.
Zijn chatbots intelligent?
Chatbots kunnen echt ontzettend veel soorten tekst in een oogwenk opstellen, maar weten niks. Chatbots zijn zich niet bewust van de informatie waar ze toegang toe hebben. ChatGPT en alle andere chatbots kunnen wel ontzettend veel sneller en uitgebreider antwoorden geven dan een mens. Dat klinkt prachtig en knap. Maar het zijn geen denkers, ook al zeggen ze zelf soms van wel.
Bekijk het zo: kunstmatige intelligentie is geen denken, maar combineren en uitproberen. De grote kracht van AI ligt in het eindeloos snel nieuwe combinaties maken, in meerdere stappen. Ook voor nieuwe vragen en problemen waar een mens nog niet aan had gedacht. De uitkomst van AI hangt af van de voorbeelden waarmee het is getraind en wat mensen het laten doen. Er bestaan ook andere vormen van AI dan de taal-AI wij kennen uit de AI-chatbots. Beeldverwerking is een ander belangrijke toepassing, bijvoorbeeld bij het onderzoeken van foto’s van sterrenstelsels. AI kan vaak beter dan wij uitzoeken wat de beste oplossingen zijn voor een bepaalde opdracht. AI kan zelfs meewerken aan zulke opdrachten. Maar strakke sturing door de mens is belangrijk. Er zijn altijd mensen nodig om te zeggen of de resultaten bruikbaar zijn of niet.
Hoe komt het dat chatbots op zoveel onderwerpen antwoord kunnen geven?
Achter AI-chatbots gaan grote taalmodellen (LLM’s) schuil. Taalmodellen worden ‘getraind’ op eindeloos veel verschillende teksten. Trainen betekent in dit geval leren hoe teksten in elkaar zitten en leren wat goede zinnen zijn. Van puur informatieve teksten tot liefdesbrieven en foute grappen. Die teksten komen overal vandaan. Van Wikipedia, van social media of forums, van universiteiten en van hobby-sites. Feitelijk gewoon alles van internet, de goede en ook de slechte dingen, de zin en de onzin.
Het is ook duidelijk dat er veel informatie is opgepikt die niet openbaar staat. Informatie van uitgeverijen bijvoorbeeld. Informatie die alleen met een abonnement toegankelijk is. Sommige rechters zeggen dat informatie gebruiken voor ‘training’ geen diefstal is. Daar zijn de uitgeverijen het niet mee eens.
Het is verder best onduidelijk welke informatie de chatbot-bedrijven precies gebruikt hebben voor de training en wat er weggelaten is. Die onduidelijkheid is ook een probleem. Juist omdat veel webteksten vooroordelen bevatten en ongelijkheden versterken. Bijvoorbeeld dat dokters en chauffeurs altijd man zouden zijn en verpleegkundigen en leerkrachten vrouw. Terwijl het aantal vrouwelijke artsen is toegenomen, zowel in Nederland als wereldwijd. In Japan is 21% van de artsen vrouw, in Letland 74%. Nederland zit daar tussenin.* Dat er nu veel meer juffen zijn in Nederland (en wereldwijd) klopt op zich weer wel, maar meesters zijn er ook nog steeds.
De training gaat nog door. Via nieuwe content van het web. Maar ook via de informatie die alle gebruikers als prompts geven. Want wat de naam chatbot al zegt: het is een soort gesprek.
* Bron: International Journal of Health Policy and Management (IJHPM), jan. 2020
Nog iets belangrijks: chatbots praten heel zelfverzekerd. Ze doen alsof ze alles zeker weten. Maar als je zegt dat iets niet klopt, geven ze je net zo makkelijk gelijk. Meer daarover op Een chatbot als hulpmiddel
DIT WEET JE NU
over AI-chatbots zoals ChatGPT, Copilot en Gemini
- Een zo menselijk mogelijk gesprek staat centraal in een chatbot. Maar het is geen mens, ook al zegt de machine ‘ik’.
- Je hebt prompts nodig om een chatbot aan te sturen.
- Een chatbot is geen zoekmachine, maar een taalmodel dat nieuwe teksten produceert.
- Chatbots praten meestal heel zelfverzekerd, maar ze hebben gewoon ongelijk op allerlei momenten.
- Je moet goed kunnen lezen en zelf al veel weten om een chatbot goed te kunnen gebruiken. Om te weten of je geen onzin leest. Of halve waarheden.
- Privacy. Wat jij vertelt aan een chatbot wordt zeer waarschijnlijk opgeslagen en gebruikt als trainingsdata. Het privacy-vriendelijke Duck.ai vormt daarop een uitzondering.
https://slimzoeken.raindrop.page/links-49210470/search=tags%3Achatbots